woensdag 22 augustus 2012

Volvari 2: de afhaal


Onze ouwe was op. Dat was meer dan duidelijk. De zoektocht naar een vervanger begon op internet. Nadat we de belangrijkste zoekcriteria Volvo, V70, diesel, automaat en een schier oneindige reeks varianten op het thema open dak hadden ingevoerd, keken drie verschillende exemplaren ons vanaf het beeldscherm aan. Een rondje bellen leverde het volgende resultaat op: “verkocht”, “mijn vrouw is net bezig met de afronding” en “we zijn bezig met de financiering.” En die laatste opmerking gaf hoop. Wie een bedrag van 4 duizendjes moet financieren kan niet met zo´n auto rijden, was mijn botte maar heldere conclusie. “Dus als de financiering niet door gaat, wilt u hem hebben?”. “Ja!”. We hebben het over een felrode V70 van 2002 met alle denkbare opties. Inclusief zaken waar we niet direct op zaten te wachten.
De volgende dag kwam het telefoontje van de verkoper. Mijn conclusie was juist. Financiering geflopt, leuk gesprek met de enthousiaste mensen verdampt. Door de telefoon je auto beschrijven is doorgaans best moeilijk. Je wilt wel eens wat informatie achterhouden en een beetje liegen. Heel menselijk. Maar als je zegt dat je auto op sterven na dood is, ben je eerlijk en dat wordt beloond. De deal werd telefonisch afgehandeld en drie dagen later togen wij met onze rijdende legende richting het westen van het land. De rode Volvo glom ons van een afstand tegemoet. Keurig klaar gezet door de enthousiaste verkoper, die ons direct een proefrit aanbood. We hadden liever eerst een kop koffie na 215 kilometer in de hitte, maar okay, een ritje kon wellicht verfrissend werken. Na 125 meter wist ik genoeg. Dit ging m dus echt worden. Na 250 meter wist zij ook genoeg en kon de papieren afwikkeling en betaling worden geregeld. Een uur later keerden we huiswaarts en doopten onze nieuwe aanwinst Volvari.

donderdag 26 juli 2012

Volvari. Deel 1: het oude werkpaard

Driek neemt je mee op weg naar en mét de Volvari, onze nieuwe aanwinst. Maar voordat ik je meeneem; eerst het verhaal wat vooraf ging.

Onze zwarte Volvo V70, met zonder bijnaam, gaf aan toe te zijn aan vervanging. Bij iedere drempel – en daar zijn er veel van- gaf het onderstel een harde kraak en een diepe zucht te horen. Ook de remmen waren vrijwel ‘op’. Vanaf hogere snelheid vertragen had meer weg van een afdaling op ski´s, maar dan op een rotsachtige ondergrond. Nu had de 64-JXV-3 inmiddels 420.000 op de klok en in haar vorige leven heeft zij het zwaar te verduren gehad. We kochten haar in 2009, na een zoektocht op internet. Criteria: schuifdak, diesel, niet te duur. Het exemplaar dat wij vonden had echter een automaat en 330.000 op den tellerd. Daar moest iemand overtuigd worden….Afspraak gemaakt, de oude 940 nog even de sporen gegeven (115 op de A73) en op naar ‘onze Nieuwe’. Lichte teleurstelling over de staat van de auto. De voorruit was gebarsten, overal krasjes, en een afdekkapje in de voorbumper ontbrak. Verder werkte de achterruitwisser niet en kwam er een enge tik onder de motorkap vandaan. Twijfels. Proefrijden. En dat beviel dus goed. Ik was verkocht door de heerlijke 5 cilinderroffel en de enorme trekkracht. Dan neem je voor een meeneemprijs van 4 duizendjes de ongemakken voor lief.

Eenmaal thuis reden we direct door naar onze garagist. De immer goedlachse man verrimpelde van gezicht toen hij de onderkant van de auto bestudeerde. “Die heeft veel grind en zand gezien”, concludeerde hij. Dat klopte; onze V70 kwam vers uit Zweden. Gedurende de periode dat zij bij ons was heeft de JXV zich bewezen als luxe touringcar, ideale Ikea-auto en taai trekpaard. Uiteraard zijn de nodige reparaties uitgevoerd, maar alles bij elkaar geteld hebben we voor relatief weinig geld genoten van de ruimte en het comfort. Tot we voor de eerste keer gingen rijden met onze Volvari. Toen pas bleek hoe snel wij gewend waren aan de zware, maar precieze besturing, de sonore roffel van de oude Diesel en dat je bij 80 km/u een gevoelssnelheid van 120 had….

(wordt vervolgd)

woensdag 18 juli 2012

ONK !


Oldtimers en youngtimers zijn leuk. Daar zijn we het als autoliefhebbers vrijwel allemaal over eens. Okay, er zijn mensen die vinden dat alles wat de APK gerechtigde leeftijd heeft bereikt in de shredder thuis hoort, maar dat zijn de uitzonderingen. Persoonlijk vind ik het mooi als je een oldtimer in het wild tegen komt. Nonchalant geparkeerd bij de supermarkt of onderweg in het dagelijkse verkeer. En nog mooier wordt het als de auto een origineel Nederlands kenteken hierna te noemen ONK heeft.

Ik ben van nature niet nationalistisch ingesteld, maar als ik een Eend of DAF 33 met ONK zie, word ik toch gegrepen door een melancholisch chauvinisme. Dan wil ik in zo´n auto gaan zitten en de historie ruiken, voelen en proeven. Nagaan of er nog een zweempje parfum van de schooljuffrouw, die jarenlang in haar Eendje naar school tufte waar te nemen is. En of er misschien nog een vergeten aardappel in de kofferbak van de Opel Kadett ligt. Een souvenirtje van een vakantie naar Malgrat de Mar in 1974. Hollandse kneuterigheid in een historisch jasje, dus. Want zeg nou zelf. In een Duits huis wonen of naar een Belgische school gaan heeft toch een andere charme dan thuis aardappelen met vlees en jus eten, terwijl langs de stoeprand jouw Renault 16 met kenteken 72-NK-13 staat te glimmen?

dinsdag 17 juli 2012

Walk of Life

Tegenwoordig heeft iedereen het over levensloopbestendig. Wat een raar woord eigenlijk. Een regenjas is waterbestendig, bestand tegen water. Dus een levensloopbestendig huis is bestand tegen levensloop? Ach, ik wijk weer af van de platgelopen paden. Want eigenlijk wil ik het hebben over irritante liedjes. Je kent ze wel. Van die 'nummers' (waarom noemen we liedjes nummers, weer zo'n vraag...) waar je haar recht overeind van gaat staan. De bron van irritatie kan heel divers zijn. De stem van de vertolker, een vervelend instrument of de brij waarin een liedje verzandt. Ik heb een irri-top 5 samengesteld. In willekeurige volgorde stel ik ze graag aan je voor.

'Girls just wanna have fun' van Cindy Lauper. Tja. Cindy Lauper is het stereotiep huppelkut. Zogenaamd een beetje gek en ach, wat lollig. Als ik een wanhopige bouwvakker was, zou ik nog niet naar haar fluiten.
Haar stem klinkt als een kapotte startmotor. 'Girls..'is zo'n infantiel liedje dat gedraaid moet worden als mevrouw van Es veertig wordt. Bah.

Ashford and Simpson: 'Solid'. Vooral het zinnetje 'knock, knock on wood'. Daar kan ik gewoon niet tegen. Klaar.

'Ebony and Ivory' van P. McCartney en S. Wonder. Mijn God. Wat bezielt twee zulke grote sterren om een liedje met de flair van een slaphangende kaars op te nemen waarbij de heren klinken alsof ze zojuist zijn overlopen door een kudde olifanten? Het staat in schril contrast met de juwelen die ze aan de wereldmuzieksieradenkast hebben toegevoegd. Oproep aan alle radiozenders: nooit meer draaien!

Ik moest er even naar zoeken. Door verdringing helemaal vergeten wie 'I wanna be the only one' ook alweer vertolkte. Zo'n nummer dat de trap op rent en waar je kortademig van wordt. Adembenemend als in verstikkend in de overgeproduceerde brij aan het eind. Even Googlen (brrrr, eng woord) en dan blijkt de band 'Eternal' te heten. Voor eeuwig weg ermee, graag.

En daar is het levensloopbestendige nummer: 'The Walk of Life'. Ooit kocht ik de eerste LP van Dire Straits. En kort na ooit kocht ik de tweede. Fantastische muziek. Verfrissend, en intiem.
Tot Mark Knopfler een zweetband om zijn kalende hoofd ging dragen. Daarna ging het snel bergafwaarts. Met als absoluut dieptepunt de single 'Walk of Life'. Dat riedeltje met het orgel. Dat ritme, eeeeeeeh. Dit nummer wordt ALTIJD gespeeld door een suffe twee-mansband die tegen betaling je 25-jarig huwelijksfeest komt verknallen. En als de zanger dan ook nog durft te roepen: "Hoppa! De beentjes van de vloer!" verlaat ik halsoverkop het rampgebied om me te bezatten in de naastgelegen kroeg.

"Twaalf dubbele Johnny Walkers, graag"
"Dire Straits zeker?"
"Yep!"

woensdag 20 juni 2012

Folders fietsen

Een zonnige zaterdagmorgen, ooit in 1970. Met onze stoutste schoenen stond we op de pedalen van onze fietsen. Ik had een doortrapfiets. Een soort DAF op twee wielen, want je kon er even hard mee vooruit als achteruit. Maar dan zonder remmen. En dan toch helemaal naar de andere kant van de stad fietsen. Want daar zaten ze: de Volkswagen-, de Opel-, de Renault- en de DAFdealer. Uitgeput stapten mijn vrienden Luc en Marco en ik de showroom binnen. Waarbij we ons direct herstelden en ons voordeden als Grote Mannen die een autofolder kwamen halen. En soms lukte dat. Bij Renault niet. Daar was een verkoper, die we niet konden uitschelden, omdat we het woord lul nog niet kenden. "Stommerik", zeiden we dan, eenmaal buiten. Bij DAF waren ze uitermate vriendelijk en kregen we alle drie een stapeltje 33, 44 en 55 mee.
Opgetogen naar de Volkswagendealer. Ook daar scoorden we en mochten we met een mooie brochure van de VW 411 naar huis. En Opel dan? Tot op de dag van vandaag weet ik niet waarom we die oversloegen.
En daar stond je dan met je pak folders en een fiets `met zonder` snelbinder. Onder de arm geklemd houden was de enige optie. Dan is rijden zonder remmen en met een half stuur een geweldige uitdaging. Misschien een idee voor de mannen van Top Gear om dat eens over te doen?

maandag 18 juni 2012

'n Negen en twee Elven

Mijn vader had er één. 'n Negen. Ik weet nog hoe hij reageerde toen hij voor de caravan op de camping in Zuid-Frankrijk de Midi Libre zat te lezen. "Die wil ik!", zei hij, terwijl hij de persfoto van de Renault 9 liet zien. Ik vond het maar niks. Ik wilde een CX. Zijn 'R16', zoals intellectegente mensen de 16 plachtten te noemen, was uit productie en Renault had alleen de duffe 20 of de dure 30 als alternatief. Maar, het werd dus een 9. Een TSE Electronic. Helaas. Want wat een ellendebak was het. De lichtblauwe HJ-85-YJ zorgde voor een rode bankrekening. Aandrijfassen, remtrommels, kachels. Alles wat enigszins draaide aan het ding ging kapot. "Tja. Kinderziektes", zei de heer W. van de gelijknamige Renault-dealer. Na 2 jaar ruilde mijn vader zijn 9 weer in voor een R18. Bij een andere dealer, uiteraard. Drie keer raden hoeveel keer meer geluk hij met die badkuip had.....

En dan koop je zelf 10 jaar later een tweedehands Elf. Ook een lichtblauwe. Maar dan een driedeurs GTX. Een GTI voor mensen met een ringbaard. Een vierkante auto met een glazen bochel, die als sneue hatchback door het leven ging. Daar klopte dus werkelijk helemaal niets van. Maar ja...altijd binnengereden en op een oud vrouwtje gestaan, dus wie doet je wat...Welnu, het apparaat maakte bijna dat ik zelf nooit een oud mannetje zou worden. De gecarburateerde motor hield er op de gekste momenten mee op. Bij voorkeur op spoorwegovergangen of levensgevaarlijke kruispunten. Ooit sprak ik een psycholoog, die later met een kameel is getrouwd en hij zei mij dat de auto mij 'iets wilde vertellen'.  Wat dat was bleek een jaar later. Nadat ik de driedeurs 11 had ingeruild voor een veel modernere 11 GTX vijfdeurs van na de feeslift begon de ellende opnieuw. De vijfdeurs was gemakkelijker met de kinderen (Dat was in een tijdperk dat kinderen nog een bestaand woord was). Maar even gevaarlijk als de illustere voorganger. Waarvan ik overigens later vernam dat deze op een rotonde in Eindhoven in tweeën was gereden. Inderdaad deze overeenkomst met Bond berust op louter toeval. De witte 11 had dus hetzelfde euvel en werd gauw genoeg van de hand gedaan. En dat terwijl ik 11 nummer één had gekocht op voorspraak van mijn baas, die ons Eendje maar gevaarlijk vond. Moraal van het verhaal: Luister altijd naar psychologen die een kameel als echtgenoot hebben. Want je kunt je maar beter één keer een bult vallen....

Van een Mondeo een Ka maken

Ik vond een nieuwe baan. Vertegenwoordiger in relatiegeschenken. Nou, dat was wat. Cadeautjes verkopen wil toch iedereen? En ik mocht een nieuwe auto. Net nadat ik had proef gereden in een V40, een 156 en een 406 belde de aanstaande baas. Of ik misschien in een BMW wilde rijden. Nu lust ik best shoarma, maar om er op deze manier reclame mee te maken....? Dus ik zei volmondig: JA! Het was een groene 518i. Van de financieel directeur geweest. Nette auto. Zonder airco, maar met schuiffie-kantel. En een hele dikke stereo. Goed, dus. Tot die ene dag in maart. Net voor Oosterhout, kreeg ik ineens koude voeten. Onder het viaduct bij de verkeerslichten, hoorde ik een knal. De motorkap sprong uit zijn sponning en de bestuurder van de Jetta achter mij uit zijn auto. Veel rook en gesis. Doodgemoedereerd stapte ik uit en gluurde onder de motorkap. Veel vloeistof, rook en zo'n gele stank. Kapot. "Joh", zei een stem achter mij. "Ik denk: die auto ontploft, d'r zit een bom in."  Teveel de wedstrijd USA-Irak gekeken, dacht ik nog. Maar toen begon de ellende. Leasemaatschappij gebeld. "Er komt zo een sleepauto." Let wel, ik was 4 kilometer van huis. Na anderhalf uur kwam de sleepauto. "De zoveelste vandaag", verzuchtte de overall toen hij uit zijn cabine viel. Ik dacht nog: 'zijn er vandaag zoveel groene 518i's met een kapot koelvloeistofreservoir onder een viaduct gestrand'?

Drie uur later zat ik in de wachtruimte van de verhuurmaatschappij nadat ik twee uur naast een dikke man in een benauwde cabine had gezeten. Älstublieft, daar staat uw auto", zei de overwerkende verhuurmevrouw. Een Fiat Fiorino. Hoera. Ik weet nog dat ik tegen mezelf zei: "Daar ga ik nevernooitniet morgen 500 kilometer mee rijden." De volgende dag. Verhuurmaatschappij gebeld. "Kan ik ruilen?". Ja dat kon. In Breda haalde ik een hagelnieuwe Ford Mondeo Wagon op. Beter. Terwijl ik bij het verkeerslicht de radio probeerde te doorgronden , klapte op de rijstrook naast mij een R5 vol op een stilstaande Escort. Auw. Maar ik moest door. Had afspraken en wist nog steeds niet hoe de radio werkte. Snelweg op, invoegen en een vrachtwagen geeft mij keurig ruimte. Een kilometer verderop. Knooppunt Zonzeel. Links voor Breda, rechts naar de rest van de wereld. Voor mij staat een oplegger met heipalen en ik moet direct denken aan de megaslechte film De Vierde Man, waarin Jeroen Krabbé of zijn bijrijder een oog verliest aan een spies die van een vrachtwagen af komt. Of zoiets. In ieder  geval: ik kijk toevallig in mijn binnenspiegel en zie een vrachtwagen op mij af komen denderen. Stuur om, gas geven en BOEM.......! 100 meter later. Ik lig in een Mondeo met een omgebogen stuurwiel. Naast mij heeft de bezorger van Ikea een bankstel op het dashboard gemonteerd. Ik kom overeind en stap uit.

De man van de ANWB verstijft, in zijn handen een deken. "Ik zie geesten, geloof ik", stamelde hij. "Ik kon zweren dat daar niemand levend uit zou stappen. Kijk maar niet om." Dus dat deed ik. Wat eens een nieuwe Mondeo was, was nu een schroothoop, nauwelijks langer dan een Ka. De ambulance bracht mij naar het ziekenhuis. Wachten op een brancard en dan het fotohokje in. Wachten op een brancard en dan mogen luisteren naar de rugarts."Ik zie niets bijzonders", zegt de goede man. Ik tuur met hem mee naar de plattegrond van mijn nek en schedel. "Ik wel", zeg ik broodnuchter. Verbouwereerd kijkt de arts mij aan. "Ik moet weer naar de kapper, zo te zien." De Vijf heeft de klap niet overleefd. Ik wel. Met dank aan een bijzondere beschermengel. En daar moet ik toch elke keer aan denken, als ik shoarma eet.